Nederlandse taalkunde: klank- en woordleer

Prof. dr. Rik Vosters


Algemeen

Het opleidingsonderdeel Nederlandse taalkunde: klank- en woordleer omhelst:

– 26 contacturen hoorcollege (HOC),

    gedoceerd door prof. dr. Rik Vosters

– 13 contacturen werkcollege (WPO),

    onder begeleiding van Lauranne Harnie en Charlotte Verheyden

Beide colleges vinden plaats in het 2de semester, met volgend collegerooster:

– hoorcolleges: dinsdag 14-16 uur

– werkcolleges: woensdag 14-16 uur (zie planning, niet elke week)

Voor de meest actuele collegeroosters kan je terecht op my.vub.


Korte inhoud

Dit studiedeel biedt een eerste taalkundige kijk op de Nederlandse taal.

In een eerste deel gaat dit studiedeel dieper in op de fonetiek en fonologie van het Nederlands. We behandelen achtereenvolgens enkele basisbegrippen uit de fonetiek (o.a. de spraakketen, spraakproductie- en receptie, de menselijke spraakorganen, het internationaal fonetisch alfabet), de articulatie van vocalen en consonanten in het Nederlands, de basisbegrippen uit de segmentele fonologie (o.a. fonemen, allofonen en distinctieve kenmerken), diverse fenomenen uit de studie van ‘connected speech’ (o.a. coarticulatie, fonologische regels, assimilatie, reductie, deletie, insertie), en enkele aspecten van uitspraakvariatie in het hedendaagse Nederlands.

Vervolgens richt dit studiedeel zich in een tweede deel op de (lexicale) morfologie. We staan stil bij enkele basisconcepten van geleedheid op woordniveau, en besteden vervolgens aandacht aan de derivationele morfologie (afleidingen) en de compositionele morfologie (samenstellingen). Vertrekkend van het woord als eenheid van vorm en betekenis krijgen ook de kruisverbanden tussen morfologie en (lexicale) semantiek hierbij de nodige aandacht.

In een laatste, minder omvangrijk deel behandelen we (indien de tijd het toelaat) het ontstaan en de ontwikkeling van de Nederlandse orthografie, en verkennen we de systematiek van de spelling op basis van de onderliggende fonologische en morfologische principes.

Theoretische concepten worden aan de hand van oefeningensessies toegepast en ingeoefend.


Studiemateriaal

De hoorcolleges zijn gebaseerd op de relevante hoofdstukken uit:

– W. Decoster & H. Smessaert (2012), Basisbegrippen fonetiek en fonologie. Leuven/Den Haag: Acco. [link]

– G. Booij & A. van Santen (1998), Morfologie. De woordstructuur van het Nederlands. Tweede herziene uitgave. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Studenten kunnen zich indien gewenst een kopie van deze werken aanschaffen via de Standaard Student Book Shop. Beide handboeken kunnen ook in de bibliotheek van de VUB worden geraadpleegd (800 G SMES 2017; 803.9 H 1 BOOI 98).

Het theoretisch-inleidende college is deels gebaseerd op hoofdstuk 1 (‘Van taal naar taalwetenllschap’) uit:

– Baker, A., Don, J., & Hengeveld, K. (2013). Taal en taalwetenschap. Malden (MA): Wiley-Blackwell.

Het college over uitspraakvariatie is deels gebaseerd op:

– Van de Velde, H. (2003). Limburgers slapen in bad. Klinkerverschillen in het Standaardnederlands. In J. Stroop (red.), Waar gaat het Nederlands naartoe? Panorama van een taal (pp. 224–234). Amsterdam: Bert Bakker.

Deze twee losse teksten worden via Pointcarré ter beschikking gesteld.

Daarnaast is er ook een (digitaal ter beschikking gestelde) syllabus met oefeningen en samenvattende slides op basis van de relevante hoofdstukken uit deze werken beschikbaar.

Tot slot gelden ook de opgegeven extra literatuur, hand-outs en aanvullende oefeningen uit de hoor- en werkcolleges als verplicht studiemateriaal, en dienen studenten zelf uitvoerig aantekeningen te maken bij de colleges.

Typ- of andere fouten in de slides of het lesmateriaal mogen steeds gemeld worden via: http://www.rikvosters.be/errata.


Aanwezigheid, participatie en voorbereiding

Aanwezigheid in de lessen is verplicht, zowel voor de hoorcolleges als voor de werkcolleges. Van de aanwezige studenten wordt bovendien verwacht dat ze actief deelnemen aan het college. Dat houdt niet alleen betrokkenheid en participatie tijdens het college zelf in, maar veronderstelt ook dat studenten elke week de nodige voorbereidingen thuis treffen: lesmateriaal zelfstandig doornemen, eventuele opgegeven lectuur verwerken, en opdrachten voorbereiden. Studenten die niet meewerken in het college of die op een andere manier de orde verstoren zal de toegang tot het college ontzegd worden, overeenkomstig artikel 1 van het Tuchtreglement voor studenten van de Vrije Universiteit Brussel.

Afwezigheid op een examenonderdeel dient schriftelijk te worden gemeld bij de titularis en het secretariaat van de faculteit (faclw@vub.ac.be), en om als gewettigd afwezig te kunnen worden beschouwd dient een bewijs van overmacht, medische, familiale of gerechtelijke redenen voor afwezigheid te worden voorgelegd aan het faculteitssecretariaat. Conform artikel 111 van het facultaire Onderwijs- en Examenreglement beslist de examinator over de mogelijkheid om een nieuwe examenregeling te kunnen treffen binnen de huidige zittijd, dan wel over een uitstel naar een volgende zittijd.


Evaluatie

De evaluatie voor het college bestaat uit de volgende drie onderdelen:

– Mondeling examen (40% van het eindcijfer)

– Schriftelijk examen (30% van het eindcijfer)

– Opdracht: fonetisch werk (30% van het eindcijfer)

Het mondelinge examen omvat een korte ondervraging over de geziene leerstof, met nadruk op eerder theoretische kennis en inzicht (cf. leerdoelstellingen 1, 2, 5). Er wordt een korte voorbereidingstijd van 5 à 10 minuten per student voorzien.

Het schriftelijk examen bestaat uit een reeks oefeningen die rechtstreeks in het verlengde liggen van de oefeningen tijdens het semester. De nadruk ligt op het toepassen van de opgedane kennis en inzichten (cf. leerdoelstellingen 3, 4, 5).

De opdracht behelst een fonetische transcriptie van spontaan gesproken taalgebruik in een niet-standaardtalige variëteit van het Nederlands, waarop vervolgens een beperkte linguïstische studie van één of meerdere relevante variabelen wordt uitgevoerd (cf. leerdoelstellingen 3, 4 en 5). Nadere instructies over deze opdracht worden in de loop van het semester bekendgemaakt (zie collegeplanning).

Studenten kunnen enkel slagen voor het opleidingsonderdeel als geheel, als ze voor elk van de aparte evaluatieonderdelen minimaal een deelcijfer van 8/20 hebben behaald. Als ze voor één van de aparte evaluatieonderdelen minder dan 8/20 hebben gescoord, kan het eindcijfer voor het opleidingsonderdeel als geheel maximaal 9/20 bedragen. Indien studenten niet aan elk van de aparte evaluatieonderdelen deelnemen, zal het eindcijfer voor het opleidingsonderdeel als geheel een afwezigheidscijfer zijn.

Deelcijfers kunnen op schriftelijke vraag van de student worden overgeschreven naar een latere zittijd binnen hetzelfde academiejaar.

De opdracht dient zowel digitaal (als pdf-bestand op Pointcarré) als op papier (tijdens het college of bij het vakgroepensecretariaat) te worden ingeleverd, met als deadline 22 mei om 15:00 uur (= tijdens laatste hoorcollege). De (getypte) transcriptie wordt als bijlage bij de paper gevoegd, en de audio- of video-opname van het bestudeerde fragment wordt eveneens als bijlage meegegeven – hetzij op een memory stick of andere digitale drager, hetzij als zip-bestand bij de digitale inzending op Pointcarré. Belangrijk: zonder  audio- of video-opname van het bestudeerde fragment is het niet mogelijk om de transcriptie te beoordelen, en zal de student maximaal een 7/20 kunnen behalen!

Late indieningen dienen op papier en per e-mail te worden ingeleverd. Late indieningen van opdrachten, taken of papers worden tot 48 uur na de in het college opgegeven deadline aanvaard. Voor een indiening tot 24 uur na de deadline wordt het behaalde deelcijfer met 15% verminderd, en voor een indiening tussen 24 en 48 uur na de deadline wordt het behaalde deelcijfer met 30% verminderd. Indieningen die meer dan 48 uur na de deadline worden ontvangen, worden niet gequoteerd en worden als afwezigheidscijfers ingevoerd. Alle opgegeven deadlines gelden zowel voor digitale als voor papieren indieningen. De deadline voor de tweede examenzittijd is 13 augustus (15:00 uur).


Leerdoelstellingen

1. De studenten kunnen de diverse analyseniveaus van taal (grafeem, klank, foneem, morfeem, woord, woordgroep, zinsdeel, zin) en bijhorende taalkundige disciplines herkennen en onderscheiden, en zijn in staat om de in het studiedeel behandelde concepten en methodes te situeren in dit overzichtskader. [Dublin-descriptor NVAO: kennis en inzicht]

2. Voor het onderdeel fonetiek en fonologie kunnen de studenten de behandelde basisbegrippen identificeren en definiëren, en kunnen ze uitleggen hoe diverse klanken en fonemen tot stand komen binnen de spraakketen. Voor het onderdeel morfologie zijn ze in staat om het onderscheid tussen compositie en derivatie te schetsen, en kunnen ze de behandelde woordvormingsprocessen en opbouw van afleidingen en samenstellingen uitleggen en illustreren. Voor het onderdeel orthografie kunnen de studenten een beknopt overzicht van de ontwikkeling van de Nederlandse spelling geven, en kunnen ze de verbanden tussen orthografie en fonologie enerzijds, en tussen orthografie en morfologie anderzijds kort beschrijven en illustreren. [Dublin-descriptor NVAO: kennis en inzicht]

3. Bovendien zijn de studenten in staat om de klanken en fonemen van het Nederlands te herkennen en wetenschappelijk te beschrijven, en kunnen ze de behandelde fonologische regels op reële voorbeelden toepassen. Daarenboven kunnen ze gelede woorden morfologisch analyseren en eigen voorbeelden aanreiken van de behandelde derivationele en compositionele processen. [Dublin-descriptor NVAO: toepassen kennis en inzicht]

4. De studenten doen de nodige vaardigheden op om zelfstandige basis geziene en ongeziene taaluitingen vanuit fonetisch, fonologisch en morfologisch oogpunt adequaat te beschrijven en analyseren. [Dublin-descriptor NVAO: leervaardigheden]

5. De studenten kunnen in het Standaardnederlands zowel in gesproken als geschreven vorm rapporteren over hun kennis en toepassing van fonetische, fonologische, morfologische en orthografische basisbegrippen, in een gepast wetenschappelijk register en met een relatief accuraat gebruik van de aangeleerde vakterminologie. [Dublin-descriptor NVAO: communicatie]


Planning

De onderstaande planning wordt onder voorbehoud van wijzigingen in de loop van het semester aangeboden. Raadpleeg steeds de collegewebsite en de bijhorende Pointcarrépagina voor het meest recente overzicht. De opgegeven thema’s en paginanummers in de handboeken zijn indicatief en kunnen nog gewijzigd worden.

(De planning zal in de loop van het tweede semester worden toegevoegd).


Contact

Titularis: Prof. dr. Rik Vosters

– afspraken: www.rikvosters.be/afspraak (wekelijks wisselende spreekuren)

– kantoor: B.5.445

– telefonisch: 02/629 26 55

– voor of na de hoorcolleges, of tijdens de pauze

Assistente: Lauranne Harnie, MA

– afspraken: Lauranne.Harnie@vub.be (spreekuur na afspraak)

– kantoor: 306 (Pleinlaan 5)

– voor of na de werkcolleges, of tijdens de pauze

Assistente: Charlotte Verheyden, MA

– afspraken: Charlotte.Verheyden@vub.be (spreekuur na afspraak)

– kantoor: B.5.453

– voor of na de werkcolleges, of tijdens de pauze

Opgelet:

– enkel korte ja/nee-vragen of vastleggen afspraak per e-mail

– persoonlijke afspraak voor omslachtigere vragen

Blokpermanentie en examenfeedback:

– op diverse dagen tijdens de blok- en examenperiode, evenals tijdens de lesvrije week

– aanmelden via www.rikvosters.be/afspraak

– let op: beperkte beschikbaar voor vragen, e-mails of afspraken tussen 16 juli en 19 augustus